Psychische letselschade: Hoe gaan we ermee om?

 In Letselschade, Smartengeld

Vaak wordt bij letselschade gedacht aan de directe, fysieke schade die onderdeel is van een ongeval. Toch wordt een ander belangrijk onderdeel van de schade vaak over het hoofd gezien: de psychische schade, ook wel emotionele schade genoemd, die bij een slachtoffer kan ontstaan tijdens of na een ongeval. Net zoals fysieke schade uiteenlopend is van een simpele blauwe plek tot botbreuken en erger, is psychische schade ook in verschillende gradaties mogelijk. Met name in ons huidige tijdperk krijgt dit onderdeel van letselschade steeds meer aandacht. Wat komt er allemaal kijken bij psychische schade en de behandeling daarvan door letselschade-advocaten, -specialisten en rechters?

De Victoriaanse Spoorwegen versus Mary Coultas: een historische blik op psychische letselschade

Hoewel psychische schade dus meer ‘een ding’ van deze tijd is, betekent dit niet dat het vroeger helemaal niet bestond. Een voorbeeld hiervan is een zaak uit 1888 tussen de Britse Victoriaanse Spoorwegen en een zekere mevrouw Mary Coultas. Toen mevrouw Coultas samen met haar echtgenoot en haar broer een koetstocht (we spreken over 1888, weet u nog?) maakte wilde ze de spoorbaan oversteken. Een lang verhaal kort: de bewaker van de spoorbaan maakte een foutje waardoor mevrouw Coultas en haar metgezellen maar nauwelijks konden ontsnappen aan een aankomende trein. Geen ongeval, geen letselschade, toch? Mevrouw Coultas viel alleen wel flauw van de hevige schrik en verloor daarna haar ongeboren kind. Een rechtszaak werd aangespannen jegens het bedrijf in beheer van de Britse spoorbaan vanwege de psychische schade (en de fysieke schade die voortkwam uit die psychische schade) die mevrouw Coultas leed vanwege deze gebeurtenis. 

Hoewel het begin van de zaak nog goed was, de Coultassen wonnen namelijk de zaak, eindigde het toch in een mineur. In een hoger beroep van de Victoriaanse Spoorwegen ging de rechter mee in het argument van de Spoorwegen. Dit argument was als volgt: er was geen direct fysiek contact, waardoor de Spoorwegen niet verantwoordelijk was voor de psychische schade die Mary Coultas ondervond. Kortom: de schadeclaim was te ver weg voor de Spoorwegen. De rechtbank ging in hoger beroep mee met dit argument, vermoedelijk ook om te voorkomen dat er een ‘floodgate’ zou plaatsvinden. Met ‘floodgate’ wordt bedoeld dat er een stortvloed aan schadeclaims zou volgen met dezelfde soort psychische schade. Schadeclaims die misschien fraudulent kunnen zijn. Omdat de Britse rechter bang was voor zo’n situatie, oordeelde hij dat Mary Coultas dus geen schadeclaim had tegen de Spoorwegen. Toch bleek de ‘floodgate’-theorie niet houdbaar.

Battalla versus de Staat van New York: Het keerpunt voor erkenning van psychische schade

In de latere zaak Battalla versus de Staat van New York uit 1961 draaide de schadeclaim ook op basis van psychische schade. De ‘floodgate’-theorie had inmiddels ook aangeslagen in de Verenigde Staten en deze was al gebruikt om in eerdere zaken schadeclaims af te wijzen, omdat de slachtoffers ‘alleen maar’ psychische schade hadden ondervonden. Maar in deze zaak oordeelde de rechter dat de mogelijkheid dat er vele andere, misschien frauduleuze, schadeclaims aangevraagd zouden worden, niet in de weg zou mogen staan van de rechten van een individu. Hij voegde daaraan toe dat de rechten van een individu bepalen dat ook bewezen psychische schade, zoals in deze zaak het geval was, vergoed moet worden.

Wat zegt Burgerlijk Wetboek 6, Artikel 106b over psychische letselschade?

Deze twee zaken zijn interessante zaken uit het wat verdere verleden die ons laten zien dat psychische schade lange tijd als ‘onclaimbaar’ werd gezien. De moeilijkheid in het bepalen wat die psychische schade is en of deze schade echt werd veroorzaakt door een (bijna-)ongeval overheerste langere tijd de wenselijkheid om ook dit soort schade te vergoeden. Tegenwoordig is het veel beter geregeld. 

In Nederland valt de psychische schade onder het smartengeld. Het smartengeld gaat over de immateriële schade die komt kijken bij een ongeval. Psychische schade is hier dus een groot onderdeel van. In ons Burgerlijk Wetboek wordt de psychische schade geregeld in Burgerlijk Wetboek 6, Artikel 106. Vooral lid b is van belang: “Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding: […] indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast[.]” Deze laatste zin omvat ook de psychische schade die komt kijken bij een dergelijk ongeval. 

Om te bepalen hoe hoog het bedrag aan smartengeld dat uitgekeerd moet worden zal zijn, gebruikt de rechter in Nederland het Smartengeldboek. Zoals uitgelegd wordt op de inleidingspagina van de website van het Smartengeldboek, is het Smartengeldboek “hét naslagwerk voor de bepaling van de hoogte van smartengeld”. Tegenwoordig kan daar (nog bij wijze van pilot) de Rotterdamse Schaal aan toegevoegd worden. Allerlei zaken waarbij smartengeld werd toegekend staan in de Smartengeldbundel of in de Rotterdamse Schaal, wat de rechter en letselschade-experts de mogelijkheid biedt om een zaak te vergelijken met eerder door de rechter gewezen zaken, waardoor makkelijker de hoogte van het smartengeld bepaald kan worden. 

Het is immers onmogelijk om een regel op te stellen omtrent het bepalen van zulke schade, schade die eigenlijk niet fatsoenlijk berekend kan worden. Een dergelijke regel zou omvattend moeten zijn voor elke mogelijke situatie waarbij sprake is van psychische schade, en dat is simpelweg niet mogelijk. 

Vier cruciale aspecten van psychische letselschadeclaims

Een slachtoffer van psychische schade moet bewijzen dat zijn claim ‘voldoet’ aan vier aspecten: plicht, verzaak, directe of nabije causatie en schade. 

Een korte toelichting op elk van deze aspecten:

  • Plicht. Het slachtoffer moet laten zien dat de beklaagde een plicht had tijdens het ongeval, bijvoorbeeld de plicht van de bewaker om de spoorbomen op tijd dicht te doen in de zaak Victoriaanse Spoorwegen vs. Coultas.
  • Verzaak. Met verzaak wordt bedoeld dat het slachtoffer niet alleen kan aantonen dat de beklaagde een plicht had, maar dat deze ook verzaakte deze plicht na te komen. 
  • Directe of nabije causatie. Dit betekent dat het slachtoffer aan moet tonen dat de psychische schade veroorzaakt is door het ongeval, dat het niet bijvoorbeeld psychische schade is die al voor het ongeval voorkwam.
  • Schade. Het slachtoffer moet tenslotte zijn psychische schade aantonen, dwz aantonen dat waar hij last van heeft wel degelijk schade is. Dit is een erg lastig aspect, omdat ook hier weer geen regelboek voor is. Het is aangeraden om een psycholoog in te zetten die kan getuigen van de psychische schade, maar dit is niet verplicht, zoals we nu gaan zien.

Psychische schade in de Nederlandse wet

Hoe zit het nu in Nederland met psychische letselschade? We hebben al vastgesteld dat op grond van artikel 6:106b van het Burgerlijk Wetboek er ook ruimte is voor schadeclaims voor psychische schade binnen de wet, maar dat zo’n claim wel aan veel aspecten moet voldoen om ook door de rechter goedgekeurd te worden. 

Op 29 juni 2021 deed de Rechtbank echter een uitspraak waaruit volgt dat een slachtoffer niet meer langs de psychiater of psycholoog hoeft om een verklaring te krijgen ter onderbouwing van zijn schadeclaim. Vóór deze uitspraak was dat wel de geldende regel in Nederland. Dit vergemakkelijkt de gang naar de verzekeraar vanwege psychische schade, al maakt dit het ook makkelijker om hierin fraude te plegen. 

Buiten deze schadeclaims voor direct psychisch letsel om, zijn er binnen de Nederlandse wet nog twee andere belangrijke vormen van letselschade: shockschade en affectieschade. Deze door de wet erkende vormen van psychische schade gaan over letsel dat een slachtoffer is aangedaan door het letsel van een geliefde. Als je voor jouw ogen een geliefde ziet verongelukken, kan je daar snel psychische schade aan overhouden. Hoewel dit dus geen directe schade is van het ongeval van je geliefde, is het wel belangrijk en relatief vaak voorkomend letsel, bekend onder de naam ‘shockschade’. Deze schade geldt echter alleen voor de schok die een ongeval teweeg kan brengen, niet voor psychische schade die voortkomt uit de enorme impact die letselschade van een geliefde kan hebben op de lange termijn. 

Om ook deze psychische schade binnen de wet te doen vallen, is de term ‘affectieschade’ in het leven geroepen. Zowel shockschade als affectieschade zijn belangrijke vormen van psychisch letsel die in de Nederlandse wet opgenomen zijn. We kunnen dus veilig stellen dat, hoewel er altijd ruimte is voor verbetering, de Nederlandse wet vrij uitvoerig is in haar openheid voor de vergoeding van psychisch letsel als gevolg van een ongeval. 

Conclusie: hoe wordt psychische letselschade erkend?

Psychische schade is minstens even belangrijk als fysieke schade bij een ongeval. Toch wordt deze schade vaak over het hoofd gezien of genegeerd door de verzekeraar of de rechter. Het is ook erg lastig om aan te tonen dat een slachtoffer lijdt aan psychische schade, maar het is wel belangrijk om ook deze schade te vergoeden, omdat deze schade in veel gevallen nog schadelijker en langduriger kan zijn dan de fysieke schade. 

Gelukkig staat Nederland meer en meer open voor de intrede van psychische schade en de vergoedingsmogelijkheden volgens de wet. Justiz staat voor je klaar om je te helpen echt alle schade vergoed te krijgen die jij hebt opgelopen tijdens of na een ongeval. Wij helpen je graag om alle juridische aspecten na te pluizen, zodat jij als slachtoffer de vergoeding, maar ook de erkenning krijgt die je verdient.

Recent Posts
The hand holds wooden wooden blocks with icons of a woman and a